Gebruikte termen uitgelegd !

Basisschool.

In een basisschool wordt kleuter- en lager onderwijs gegeven.

 

Dezelfde groep.

De scholen en vestigingsplaatsen worden ingedeeld bij een van de volgende groepen:

  • gemeenschapsonderwijs
  • gesubsidieerd officieel onderwijs
  • gesubsidieerd vrij katholiek onderwijs
  • gesubsidieerd vrij protestants onderwijs
  • gesubsidieerd vrij Israëlitisch onderwijs
  • gesubsidieerd vrij islamitisch onderwijs
  • gesubsidieerd vrij orthodox onderwijs
  • gesubsidieerd vrij anglicaans onderwijs
  • gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs: dit is de groep waarbinnen de Fopem-scholen en de Steinerscholen vallen.

 

Differentiatie.

Variëren van instructie, leerstof en/of toetsen naargelang de noden van de individuele leerling.

 

Eindtermen.

Eindtermen voor het lager onderwijs zijn minimumdoelen die de overheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie. Met minimumdoelen wordt bedoeld: een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes bestemd voor die leerlingenpopulatie.

 

Leerplannen.

Alle Vlaamse scholen zijn verplicht een door de overheid goedgekeurd leerplan te volgen. Een leerplan geeft een overzicht van leerstof die in de klas moet worden behandeld. De belangrijkste voorwaarde voor goedkeuring van een leerplan, is dat de ontwikkelingsdoelen of eindtermen die de overheid voor het lager en secundair onderwijs heeft laten opstellen herkenbaar aanwezig zijn in het vooropgestelde leerplan.

 

Ontwikkelingsdoelen.

Ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de overheid wenselijk acht voor die leerlingenpopulatie en die de school bij haar leerlingen moet nastreven.

 

Programmatienormen.

De programmatienormen zijn de laagste normen die nieuwe scholen moeten bereiken op de laatste schooldag van september van het lopende schooljaar. Deze normen zijn afhankelijk van het aantal inwoners per km² van de gemeente waarin de school gehuisvest is. Deze normen vind je bij subsidiëring.

 

Rationalisatienormen.

Dit zijn de laagste normen voor wat het aantal leerlingen betreft die scholen of vestigingsplaatsen vanaf hun vijfde bestaansjaar moeten bereiken op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar.

 

Schoolbestuur.

Het schoolbestuur of de inrichtende macht is de vzw. De vzw draagt dan ook de kosten en de verantwoordelijkheid voor de organisatie van onderwijs in zijn school.

 

Vzw.

Vereniging zonder winstoogmerk is een groep natuurlijke personen of rechtspersonen die een belangeloos doel nastreven. De vzw mag haar leden geen stoffelijk voordeel verschaffen. Dit verbod betekent dat de leden van een vereniging zonder winstoogmerk geen voordelen mogen ontvangen die zouden voortvloeien uit de activiteiten van de vereniging. De vzw beschikt over eigen rechtspersoonlijkheid die losstaat van die van haar leden. De rechtspersoonlijkheid betekent dat de vzw rechten en plichten heeft. De leden beschikken over een beperkte aansprakelijkheid en investeren in beginsel hun eigen vermogen niet voor de verbintenissen van de vzw. (bron: http://www.just.fgov.be/... )