Participatie.

Ouderparticipatie.

Participatie is in de FOPEM-scholen een belangrijk begrip. Ouders worden zoveel mogelijk als partners gezien en kunnen dan ook op verschillende manieren participeren in het schoolgebeuren. Ze kunnen in een of meerdere werkgroepen actief zijn, ze kunnen zelfs in het bestuur zetelen, en natuurlijk ook hun rol spelen bij de begeleiding van de groep kinderen. Zo helpen ze bijv. in de klassen, ze zorgen voor vervoer of begeleiding bij uitstappen, knappen klusjes op of helpen in de tuin, ... . Via verschillende kanalen hebben ouders de mogelijkheid tot inspraak, het formuleren van voorstellen en het in vraag stellen van voorstellen.

In de meeste scholen neemt het pedagogische luik hier een speciale positie in. Het team probeert de ouders als partners te zien in het opvoedingsproces van hun kind. Ouders krijgen info op de geregelde klasvergadering en kunnen op pedagogisch-didactisch vlak eventuele bezorgdheden uiten. De beslissing over de wijze waarop het team hier rekening mee houdt, ligt dan weer bij het team.  Hoe scholen de ouderparticipatie vorm geven beslissen ze uiteindelijk zelf. Uit het verleden blijkt echter dat het niet altijd eenvoudig is om een evenwicht te vinden tussen een gezonde een noodzakelijke ouderparticipatie en een omgeving waarin de leerkrachten in de dagelijkse klaspraktijk beslissingen kunnen nemen zonder steeds verantwoording te moeten afleggen aan ouders. Een fundamentele vraag die scholen zich moeten stellen is "Hoe ver kan ouderparticipatie gaan?" Hieronder kan je een paar concrete voorbeelden lezen.

 

Voorbeelden

 

De Buurt in Gent:  

"De ouderparticipatie wordt gezien als een middel om de brug tussen thuis en school kleiner te maken."

 

Ouderparticipatie is zowel mee-werken als mee-denken. De participatie van ouders is in principe vrijwillig, maar is erg gewenst, en wordt feitelijk verwacht. De ouderparticipatie wordt gezien als een middel om de brug tussen thuis en school kleiner te maken. Ouders kunnen lid worden van de algemene vergadering, van de stuurgroep en van De Spiegel. De Spiegel bestaat enkel uit ouders en is een orgaan met bevoegdheden op 'pedagogisch' vlak. Met De Spiegel wil men de kloof tussen school en thuis kleiner maken, vooral voor ouders die niet veel naar school kunnen komen.

Ouders kunnen ook meewerken aan de werkgroepen. Deelnemen houdt ook het bijwonen van de leefgroepvergaderingen in. Op pedagogisch-inhoudelijk vlak hebben ouders geen beslissingsrecht, maar zij hebben wel inspraak. Ze kunnen vragen stellen, bedenkingen uiten, maar de uiteindelijke beslissing op dit vlak ligt wel bij de begeleiders. De school heeft immers een pedagogische visie die men wil nastreven.

Een paar voorbeelden:

  • Het kringgesprek in een bepaalde leefgroep blijkt niet goed te werken. Dan kan het zijn dat ouders en begeleiders samen naar een oplossing zoeken.
  • Een begeleider zei op een bepaald moment aan een moeder dat haar kind eigenlijk niet moet zitten schrijven tijdens de speeltijd. De moeder bedacht zich dat haar kind eigenlijk wel graag schrijft, en dus waarom haar kind dan niet in de klas zou mogen blijven schrijven tijdens de speeltijd. Ze zegt dit ook aan de begeleider. De begeleider vindt het echter ook belangrijk dat de kinderen tijdens de speeltijd samen met de andere kinderen buiten spelen. Dergelijke situaties zijn voor begeleiders niet altijd makkelijk, meent een ouder. Ouders weten goed hoever ze kunnen gaan in hun inspraakmogelijkheden.

bron: Van Hauwermeiren, K. (2004). Democratie werkt? De besluitvorming in de vrije scholen van FOPEM. Ongepubliceerd stageverslag

Leerlingenparticipatie.

In de FOPEM-scholen hecht men veel belang aan het ontwikkelen van sociale, coöperatieve en democratische vaardigheden. Een vanzelfsprekend gevolg hiervan is dat ook de kinderen de kans krijgen om hun mening, suggesties en vragen te uiten. In vele scholen worden hiervoor een klasraad, een meeting, een forum of schoolraad opgericht. De concrete organisatie en invulling van deze organen verschilt van school tot school. Via deze organen kunnen kinderen en begeleiders samen beslissingen nemen, oplossingen zoeken, regels aanpassen of afschaffen. Het is de bedoeling dat leerlingen en begeleiders tot een consensus komen, de kinderen kunnen dus niet op hun eentje beslissen of een regel al dan niet afgeschaft wordt.

 

Voorbeelden

 

De Vier Tuinen in Oudenaarde:

"De klasraad gebeurt één keer per week en kan beschreven worden als het 'parlement van de klas'."

 

Klasraad

De klasraad wordt georganiseerd vanaf de derde leefgroep (dus eerste en tweede leerjaar). Dat gebeurt één keer per week en kan beschreven worden als het 'parlement van de klas'. Er zijn verschillende onderdelen: klachten, bravo's, ideeën en vragen. In de klas staat een bus waarin kinderen hun vragen, ideeën,... kwijt kunnen. Een leraar wijst erop dat het heel vaak gaat om sociaal-emotionele problemen (iemand die gepest wordt, iemand die niet vriendelijk is,...). Daarnaast kunnen ook praktische zaken aan bod komen, zaken die de kinderen goed vinden, dingen die de kinderen willen veranderen. Tevens is de klasraad een moment waarop afspraken gemaakt worden, in vraag gesteld en/of gewijzigd worden. Tijdens een klasraad wordt ook de schoolraad voorbereid.

 

Schoolraad

De schoolraad wordt tweewekelijks georganiseerd, en alle kinderen vanaf de tweede leefgroep (2e en 3e kleuterklas) zijn hier aanwezig. Ook begeleiders, de coördinator en de mensen die de opvang verzorgen kunnen deze schoolraad bijwonen. In de school staat een schoolraadbus waar kinderen hun ideeën, vragen, bemerkingen, die betrekking hebben met het schoolniveau, kwijt kunnen. Deze worden verzameld door de oudste leefgroep en ingegeven in de computer. Een overzicht met al deze punten wordt bezorgd aan de verschillende leefgroepen, zodat deze punten op voorhand in de klas kunnen besproken worden. Samen worden alle punten doorgepraat en worden er besluiten geformuleerd. Dit wordt dan opnieuw kenbaar gemaakt aan de hele groep. Beslissingen komen steeds tot stand in overleg tussen de kinderen en de begeleiders. De kinderen beslissen dus niet autonoom. Wanneer de spanningen te hoog oplopen, kan het zijn dat de begeleiders beslissen. Eens de spanningen wat geluwd zijn, kan de beslissing herbekeken worden, en worden de kinderen er opnieuw bij betrokken. Belangrijke punten worden doorgegeven aan het team, de ouderraad en/of de raad van beheer.

bron: Van Hauwermeiren, K. (2004). Democratie werkt? De besluitvorming in de vrije scholen van FOPEM.Ongepubliceerd stageverslag.

 

De Torteltuin in Poperinge: 

"Op het kinderparlement formuleren de kinderen voorstellen."

 

Klasraad

Dit is het inspraakorgaan van de kinderen op klasniveau. Kinderen kunnen voorstellen geven, kritieken uiten en/of felicitaties geven. Op die manier komt het reilen en zeilen van de klas als groep aan de orde. De leerkracht neemt deel aan de klasraad en heeft in principe vetorecht, maar hij/zij probeert dat zo weinig mogelijk te gebruiken. De leerkracht zorgt er vooral voor dat het gesprek op een positieve manier verloopt.

 

Kinderparlement

Het kinderparlement komt tweewekelijks samen. Per klas is er één afgevaardigde. Deze afgevaardigde is niet het hele jaar dezelfde, elk trimester is er een andere afgevaardigde. Het parlement wordt begeleid door de zorgcoördinator. Deze persoon helpt de vergadering leiden, maar in eerste instantie leiden de kinderen zelf de vergadering.

Wat kan hier zoal aan bod komen?

Activiteiten die de kinderen willen organiseren, vb: een spel, een sportdag,.

Afspraken die gelden op de school, voornamelijk afspraken die gelden op de speelplaats komen hier aan bod; er kan bijvoorbeeld een voorstel komen om meer aanbod te voorzien op de speelplaats.

Problemen kunnen hier aangekaart worden, bijvoorbeeld als de kinderen vinden dat er te veel lawaai is tijdens het middageten.

'De pestpolitie' is een concept dat uitgewerkt is tijdens een kinderparlement, en dit om een soort anti-pestbeleid te voeren. De pestpolitie bestaat uit een aantal kinderen, die altijd rondlopen en fungeren als aanspreekpunt.

Op het kinderparlement formuleren de kinderen voorstellen. Deze voorstellen gaan dan naar het team of naar de raad van beheer. Zij zullen het voorstel van de kinderen goedkeuren, of eventueel wat bijsturen, én ervoor zorgen dat het uitgevoerd wordt. In feite is er een constante wisselwerking tussen het kinderparlement en het team, mede doordat de zorgcoördinator, die zowel deelneemt aan het kinderparlement als aan het temoverleg. Dit overleg tussen de twee organen vindt men belangrijk.

bron: Van Hauwermeiren, K. (2004). Democratie werkt? De besluitvorming in de vrije scholen van FOPEM. Ongepubliceerd stageverslag

 

Klimop in Oostkamp:

"In principe kan de klasraad beslissen over bijna alles wat met het klasleven te maken heeft."

 

Klasraad

De klasraad is het inspraakorgaan voor de kinderen op klasniveau, en vindt minstens wekelijks plaats, al dan niet als afzonderlijke vergadering. De bedoeling is de organisatie van de eigen klas in handen te nemen. De agendapunten komen van de leerlingen, of van de begeleider. Kinderen kunnen beslissingen nemen, samen met de leerkracht. Afhankelijk van de klas wordt de klasraad geleid door de begeleider of door één van de kinderen. In principe kan de klasraad beslissen over bijna alles wat met het klasleven te maken heeft. Wanneer iets het klasniveau overstijgt, wordt dit doorgeschoven naar de schoolraad.

Een voorbeeld van een voorstel uit de klasraad van de oudste groep: kinderen die heel goed kunnen zwemmen, gaan niet (altijd) meer mee zwemmen, en hebben zo voldoende tijd voor projecten. Zoiets wordt besproken op de klasraad en gaat daarna naar het team. Wanneer het team hiermee akkoord gaat, dan is het in orde.

 

Schoolraad

De schoolraad is voor kinderen vanaf de derde kleuterklas. De schoolraad vindt wekelijks plaats, en wordt voorbereid in de verschillende klassenraden. De agendapunten zijn afkomstig van de klassenraden of van het team. De kinderen leiden de vergadering, maar dat wordt wel eerst voorbereid met de pedagogisch coördinator. Per klas worden er twee afgevaardigden gestuurd naar de schoolraad, en dit volgens een beurtrol, maar kinderen komen wel altijd twee keer na elkaar naar de schoolraad. De schoolraad is een plaats waar kinderen oplossingen kunnen zoeken voor problemen, en beslissingen kunnen nemen binnen de marge die ze hebben.

Op de schoolraad kunnen ook afspraken gemaakt of herzien worden. Voor bepaalde zaken kunnen kinderen wel ideeën geven, maar kunnen de kinderen zeker niet beslissen, bijvoorbeeld: er is een afspraak dat er op school niet mag gesnoept worden. De kinderen willen bijvoorbeeld wel chocolade eten. Bij een dergelijke beslissing zou men wellicht ook de ouders raadplegen.

 

bron: Van Hauwermeiren, K. (2004). Democratie werkt? De besluitvorming in de vrije scholen van FOPEM. Ongepubliceerd stageverslag

Participatie van begeleiders (leerkrachten).

Wim De opdracht van begeleiders is in de FOPEM-scholen niet beperkt tot een klasopdracht. Leerkrachten participeren ook vaak in het schoolbestuur, in werkgroepen, in pedagogische raad, ... . In veel scholen worden het team van begeleiders ook betrokken bij sollicitatiegesprekken. In FOPEM-scholen wordt vaak op verschillende manieren klasoverschrijdend gewerkt zodat de leerkrachten samen kunnen werken en in contact komen met alle leerlingen. Op de teamvergadering overleggen de begeleiders met elkaar en worden allerlei praktische zaken en problemen besproken. Naast deze formele weg zijn er ook vaak informele overlegmomenten en gesprekken.

 

Voorbeelden

 De Levensboom in Kortrijk: 

"In het wekelijkse team wordt het werk verdeeld, worden collectieve beslissingen genomen, groeien ideeën, werkt intervisie en evaluatie op elkaar in."

In het wekelijkse team wordt het werk verdeeld, worden collectieve beslissingen genomen, groeien ideeën, werkt intervisie en evaluatie op elkaar in. Teamleden ondersteunen elkaar, overleggen over opvoedkundige technieken en werken samen nieuwe collega's in, dragen de zorg voor alle kinderen. Begeleid(st)ers die mee verantwoordelijkheid dragen, hebben de sleutel voor een doeltreffende vernieuwing in handen.

Het team ontwikkelt zijn eigen deskundigheid door nascholing, onderlinge uitwisseling, externe evaluaties. Op pedagogisch en didactisch vlak bouwen ze de school verder uit. Deze opgebouwde deskundigheid staat in blijvende dialoog met de ouders. Heterogeniteit is belangrijk voor de onderlinge verrijking. Het team moet echter kunnen verder functioneren, bepaalde verworvenheden kunnen niet altijd in vraag gesteld worden.

bron: www.levensboom.be

 

Klimop in Oostkamp: 

"Deze sollicitatiecommissie bestaat meestal uit twee leerkrachten en twee ouders die ietwat pedagogisch onderlegd zijn."

Aanwervingen zijn in theorie een verantwoordelijkheid van de raad van beheer, maar deze delegeert deze taak. De raad van beheer zoekt mensen om in de sollicitatiecommissie te zetelen. Deze commissie bestaat meestal uit twee leerkrachten en twee ouders. Wanneer ouders willen deel uitmaken van de sollicitatiecommissie, vindt men het wel belangrijk dat deze ietwat pedagogisch onderlegd zijn. De commissie krijgt de volle verantwoordelijkheid voor de sollicitatie. Als er eensgezindheid is binnen de sollicitatiecommissie kunnen zij in de praktijk ook beslissen wie wordt aangenomen. Deze beslissing moet wel naar de raad van beheer die desgevallend wel bezorgdheden kan uiten. Er kan dus gesteld worden dat de raad van beheer zijn verantwoordelijkheid wel opneemt als dat nodig is.

bron: Van Hauwermeiren, K. (2004). Democratie werkt? De besluitvorming in de vrije scholen van FOPEM. Ongepubliceerd stageverslag

 

't Schommelbootje in Alken: 
"Aan de raad van beheer wordt verslag uitgebracht van de genomen pedagogische beslissingen."

De leerkrachten vergaderen om de veertien dagen en hebben wekelijks een overleg tijdens een middagpauze. De coördinator volgt deze vergaderingen vooral als leerkracht, omdat ze immers zelf nog deeltijds voor de klas staat. Tijdens deze vergaderingen komt het pedagogisch reilen en zeilen van de school aan bod. Vaak worden er vooral praktische zaken besproken. Daarnaast is er ook ruimte om over kinderen te spreken. Pedagogische thema's komen eerder zelden aan bod, omdat daar vaak te weinig tijd voor overblijft. Men ervaart dit wel als een eerder negatief punt, en men tracht het op te lossen door zo'n punt echt te plannen voor de volgende vergadering, en dan moeten de praktische zaken maar wat sneller afgehandeld worden.

Hoewel de coördinator de teamvergaderingen voornamelijk volgt als leerkracht, wordt er uiteraard ook wel beroep gedaan op haar functie als coördinator. Wanneer er praktische zaken zijn die verder moeten bekeken worden of inhoudelijke zaken die verdere bevraging vragen, dan neemt de coördinator deze zaken op zich.

Alle beslissingen die op team genomen worden, worden in overleg genomen. Iedereen moet achter de beslissing kunnen staan. Aan de raad van beheer wordt verslag uitgebracht van de genomen pedagogische beslissingen. Het is niet de bedoeling dat de beheerraad deze beslissingen bekrachtigt of herroept, aangezien alle pedagogische beslissingen een bevoegdheid zijn van de leerkrachten.

bron: Van Hauwermeiren, K. (2004). Democratie werkt? De besluitvorming in de vrije scholen van FOPEM. Ongepubliceerd stageverslag

 

De Zevensprong in Leuven: 
"De raad van beheer bestaat momenteel uit drie leerkrachten, een aantal ouders en de coördinator."

De raad van beheer bestaat momenteel uit drie leerkrachten, een aantal ouders en de coördinator. De leerkrachten en coördinator zijn stemgerechtigd. De leden worden verkozen voor een periode van één jaar. Met betrekking tot de ouders wordt er getracht om van iedere deelgroep één iemand te vertegenwoordigen, en als dat niet kan, er toch voor te zorgen dat er zeker iemand is die in contact blijft met de raad van beheer. In het huishoudelijk reglement staat te lezen dat de raad van beheer de 'dagelijkse opvolging doet van het geheel van inrichtende en pedagogische taken van de vereniging en hiervoor de beslissingsbevoegdheid krijgt van de algemene vergadering'. Feitelijk gezien is de raad van beheer het dagelijks bestuur van de school. Zij komen om de drie weken samen. Beslissingen die genomen werden in het team, in werkgroepen,. moeten naar de raad van beheer om daar al dan niet bevestigd te worden. Men doet dit voornamelijk om erop toe te zien dat er geen tegenstrijdige dingen gedaan of beslist worden. De raad van beheer bevestigt echter meestal de beslissingen, hoewel er soms iets moet aangepast worden. De raad van beheer heeft echter nog nooit een beslissing teruggetrokken.

Wanneer het gaat om pedagogische kwesties, geeft de raad van beheer veel autonomie aan het team. Dat impliceert ook dat, wanneer er beslissingen moeten genomen worden rond pedagogische aangelegenheden, het team een doorslaggevende rol heeft. De raad van beheer kan dus gezien worden als een centraal meldpunt, die de beslissingen van de verschillende organen coördineert en eventueel bijstuurt.

bron: Van Hauwermeiren, K. (2004). Democratie werkt? De besluitvorming in de vrije scholen van FOPEM. Ongepubliceerd stageverslag