Ervaringen van andere scholen.

De klaproos.

Wim Uit een gesprek, meerdere gesprekken, groeien ideeën. Uit onvrede met wat bestaat, herinneringen aan alternatieven, komen er dromen over wat er beter en anders zou kunnen zijn. Tot iemand op een dag de vraag stelt: "Waarom zouden we zelf dan niet proberen om een ander soort school te beginnen?" Omdat we geen antwoord konden vinden op die vraag, hebben we het dus geprobeerd.

 

Over 1095 nachten ijs.

Een andere soort school: een Freinetschool bijvoorbeeld. We organiseerden een informatieavond, informeel, met een 15-tal mensen, vrienden en kennissen bij wie we mogelijk sympathie voor onze plannen vermoedden... Jan Turf kwam vertellen over de Vier Tuinen en waarom ze daar voor Freinet gekozen hadden. Het klonk allemaal zeer redelijk, vond iedereen. Maar, zei Jan, als je een onafhankelijke school wil beginnen heb je een zeer stevige oudergroep nodig. En die hadden we niet. Waarom we dat onafhankelijk zouden doen, zagen we trouwens niet in. Wij hadden geen zin om zelf de school te kuisen en de kinderen met auto's naar het zwembad te brengen. Daar had de stad toch geld voor? Of de ARGO? We schrijven 4 november 1995.

 

De stad.

We schreven een brief naar de schepen van onderwijs, Erwin Franceus, om te vragen of hij van één van zijn twee wegkwijnende schooltjes geen Freinetschool wilde maken. We staken ons licht op in de Notelaar in Aalst, bij de initiatiefnemers, de directie en de schepen van onderwijs daar. Schepen Franceus van Geraardsbergen had er wel oren naar. Vooral de verrijzenis van de Gentse stadsscholen sprak hem erg aan.

 

Maart '96.

Wij organiseren met de Bond van Grote en Jonge Gezinnen een informatieavond, met Eddy Macquoye en met Kristien Dierickx van de Notelaar. Het Laatste Nieuws gaat met ons op schok in Aalst en publiceert de dag voordien een groot artikel. Er komen 60 mensen naar de informatieavond. 'Naar Geraardsbergse normen een volkstoeloop' verklaart de voorzitter van de BGJG glunderend. De Schepen is onder de indruk. De burgemeester ontvangt ons. Ook hij zegt zijn steun toe. Maar er is een probleem: de directeur van de stedelijke schooltjes. Er is een open conflict tussen de schepen en de directeur. Het personeel en de ouders hebben zich tegen de directeur gekeerd en voor er iets kan veranderen moet de procedure voor zijn schorsing rond zijn. Geen stedelijke Freinetschooi voor het schooljaar '96-'97, zegt Franceus.

Het wordt zomer en we besluiten om hoe dan ook voort te doen. Aangezien er op de infoavond veel leerkrachten geweest zijn, o.a. van de stedelijke schooltjes, en een aantal van hen zich aansluiten bij de initiatiefgroep, gaan we alvast aan hun voorbereiding beginnen. We organiseren in Geraardsbergen een driedaagse voor leerkrachten, samen met AKO/Freinetbeweging Vlaanderen. Er doen ook leerkrachten mee van Oudenaarde, Aalst en Leuven en 8 leerkrachten uit Geraardsbergen.

De voorzitster van het oudercomité van de stedelijke scholen: is overtuigd en sluit zich bij de initiatiefgroep aan. Met een delegatie van 12 mensen, het oudercomité, de leerkrachten en onze initiatiefgroep gaan we een laatste keer met de schepen praten. Hij wil wel maar hij kan niet: hij verliest de strijd en de directeur komt er met een vermaning vanaf. Alles blijft bij het oude.

Het stedelijk onderwijs sterft verder af en er komt geen stedelijke Freinetschool in Geraardsbergen. 'Tot mijn spijt' zegt de schepen, met wie we een goede verstandhouding blijven houden.

 

De ARGO, part one.

Maar wie dacht dat we ons door zoiets uit het veld zouden laten slaan, kende ons nog niet.

Er zijn twee basisscholen van het Gemeenschapsonderwijs in Geraardsbergen: één die bloeit en uit zijn voegen barst, één die het heel wat kalmer aandoet en van oudsher in oversized gebouwen huist. We doen aan de directeur het voorstel om binnen zijn school een Freinet-afdeling op te richten. Hij heeft er wel oren naar. We voeren met hem een aantal gesprekken om de zaken uit te klaren. Enkele mensen van de initiatiefgroep schrijven dat schooljaar hun kleuters in en zeggen erbij dat ze komen vanwege het Freinet-project. Maar de leerkrachten en het oudercomité van zijn school willen niet en de gesprekken worden gestopt.

 

De ARGO, part two.

We steken ons licht op bij de Step, de Appeltuin en de Levensboom, voor we een brief schrijven naar de ARGO om te vragen of ze voor ons enz..

Ze hebben er daar wel oren naar. Als we gaan praten zit er een hele batterij argonauten tegenover ons: mensen van "gebouwen", mensen van "personeel", mensen van "financiën" ..'Zoek een gebouw en wij richten voor jullie een school op, met een afzonderlijke LORGO.' Met die boodschap keren we in een toestand van euforie huiswaarts. We schrijven februari 1997.

We starten een voorzichtige campagne door iedereen die een jaar eerder op de infoavond was, opnieuw aan te schrijven. De initiatiefgroep groeit weer.

We zoeken een gebouw: keren het kadaster ondersteboven, zetten een netwerk op van postbodes en melkboeren, infiltreren in de wereld van de grootgrondbezitters en vinden het gebouw van onze dromen. Het wordt door de mensen van de ARGO afgekeurd. Zij verklaren dat er in Geraardsbergen slechts één gebouw in aanmerking komt: containerklassen in een nieuwbouwwijk, op dat ogenblik in gebruik door de overbevolkte Gemeenschapsschool (niét die waarmee we gaan praten waren in part one). En dan loopt er iets mis. We gaan naar Brussel om te horen dat er geen plaats is voor een ARGO-Freinetschool in Geraardsbergen. Wel kunnen we naar believen elders in Vlaanderen een ARGO-school beginnen. Door de plaatsen die ons worden voorgesteld, krijgen we de indruk dat we een ten-mileszone moeten respecteren. Bljikbaar speelt de vrees tot concurrentie ons hier parten.

 

Onafhankelijk.

De afwijzing door de ARGO viel ons zwaar tegen. Het is eind juni 1997 en we dachten na de vakantie te kunnen starten. Sommige mensen zijn kwaad en verontwaardigd. Er ontstaat een discussie in de initiatiefgroep: er zijn mensen die principieel geen onafhankelijke school willen. Even dobbert ons project een beetje stuurloos rond en weet niemand goed wat ermee te doen. Na een bedenktijd worden de koppen geteld. Wie doet nog mee, wie niet? Enkele mensen haken af. De meeste blijven. We spreken af om eerst te onderzoeken wat dat precies inhoudt, een onafhankelijke school, en dat we in de eerste plaats op basis van die gegevens beslissen of we voortdoen. Een delegatie gaat naar de Waterval in Ekeren. We bekijken er de feiten en de cijfers en praten uitgebreid over de start. We komen terug met een meer genuanceerd beeld, met het idee dat het niet gemakkelijk zou zijn, maar ook niet onmogelijk. Dat anderen het al vroeger met succes gedaan hebben en dat ze blijkbaar ook bereid zijn ons met raad en daad bij te staan, steekt ons een hart onder de riem. De stevige ouder groep waar Jan Turf over sprak, hebben we ondertussen wel. En tot onze verbazing blijken er opnieuw mensen bij te komen die dan weer liever niet met de ARGO hadden samengewerkt.

 

We doen het!

Maar voor het schooljaar 1997-1998 zijn we te laat. Nog even nemen we het gebouw van onze dromen in overweging, maar beseffen gelukkig bijtijds dat we een dergelijk financieel risico niet aankunnen. Na de vakantie beginnen we opnieuw met de zoektocht naar een gebouw. We herzien onze criteria in functie van de financiën en de mogelijkheden en zoeken een bescheiden woonhuis met een redelijke tuin in Groot-Geraardsbergen (d.i. de stad met de fusiegemeenten).

 

In de lente vinden we het. Dan moet alles plots tegelijk gebeuren: een vzw oprichten, geld bijeen brengen, leerlingen werven, leerkrachten vinden, het gebouw in orde brengen, en een naam vinden voor de school...

 

Het vergadertempo wordt opgedreven tot drie per week. Het uitgebreid navergaderen en het uitgaan na de vergaderingen wordt drastisch verminderd. Sommige mensen werken vrijwillig fulltime voor het project. Stap voor stap zien we het groeien.

 

Maar een naam...? De Klaproos vindt een meerderheid, maar er blijven hardnekkige tegenstanders. "Kokkelikoo" wordt naar voor geschoven als alternatief. Sommige ouders verklaren dat ze hun kind naar een andere school zullen sturen als het Kokkelikoo wordt. De Toermalijn is een poging tot verzoening, maar ze mislukt.

 

Op 3 juli houden we een eerste selectieronde: we werven 2 parttime kleuterleidsters aan om dat we niet kunnen kiezen tussen twee prima kandidaten, en 1 fulltime leerkracht lager onderwijs. Op 8 juli is er opnieuw een infoavond voor ouders: 50 deelnemers. Mensen kunnen ter plaatse inschrijven: we halen 33 inschrijvingen, maar 6 daarvan zijn inschrijvingen voor volgende schooljaren. We hebben 27 kinderen van de 37 die we nodig hebben om erkend en gesubsidieerd te worden. Alle inschrijvingen komen van mensen wiens namen we al op lijsten hadden (van de infoavonden of mensen die ondertussen spontaan contact hadden opgenomen): kortom, mensen die allang wisten dat er een Freinetschool in de maak was en het project op afstand volgden. Maar een naam ..? Kokkelikoo wordt afgezworen. De Zonnewijzer wordt geïntroduceerd. Opnieuw verdeeldheid in de groep.

 

Het huurcontract gaat in op 15 juli. Vanaf dan is het pas echt werken geblazen. Een kern van 9 mensen organiseert het werk, en voert het leeuwenaandeel ervan uit. Langzamerhand raken mensen die kinderen inschrijven ook meer bij de voorbereiding betrokken.

 

Eén van de nieuwe ouders brengt een natuurlexicon mee en leest op het einde van iedere vergadering een lijstje namen op. Dan maakt ze iedereen wakker en gaan we naar huis.

 

We werven nog een leerkracht voor het lager aan: deeltijds, het aantal uren is afhankelijk van het aantal leerlingen voor het lager. Iedere week hebben we een klein infoavondje waarin we ouders die in de loop van die week contact hebben opgenomen, samen brengen. Sommige mensen zijn eerst naar de informatieavond geweest van begin juli, en komen dan nog eens naar zo 'n mini-infoavond om alles op een rijtje te zetten. We hadden niet gedacht dat de werving zo 'n intensief werk zou zijn. En we hebben nog altijd geen naam. De Vlindertuin, stelt iemand voor. Of toch Kokkelikoo ? Een handgemeen volgt. Ander onderwerp. Er komen twee werkweekends in augustus, met een goede deelname van ouders. Vlak voor het eerste werkweekend lanceren we de perscampagne. Er is zeer veel belangstelling van de plaatselijke pers, van de regionale TV en radio. Er is een grote respons, maar we dirigeren alle belangstelling naar de Kommaarbinnendag op 23 augustus. Hoe heet de school, vraagt de krant. "Freinetschool Geraardsbergen", zeggen we. Maar het klinkt niet, natuurlijk.

 

De nieuwe ouders en grootouders worden in de mate van het mogelijke ingeschakeld in de voorbereiding van het feest. Er worden geboortekaartjes gedrukt als uitnodiging. En wat blijkt? De school heet de Klaproos. Niemand maakt er zich nog druk om.

 

Gelukkig kunnen we schoolmeubilair overnemen van twee schooltjes die gesloten worden. Met man, vrouw en macht wordt verhuisd, gekuist, ingericht.

 

22 augustus is hectisch, want het gebouw moet klaar zijn. Als we om iets voor middernacht ontdekken dat de beerput op het punt staat om te overstromen, ontstaat er een lichte paniek. Maar in de loop van de nacht wordt via bevriende boeren een oplossing gezocht en gevonden.

 

De Kommaarbinnendag wordt een groot succes: er komen meer dan 200 mensen, buren, belangstellenden, sympathisanten en ouders met interesse voor inschrijving. Voor het eerst werken ook zeer veel nieuwe ouders mee. We kunnen er ook aankondigen dat we 37 inschrijvingen hebben, dus dat we zeker van start kunnen gaan.

 

Maar het aantal inschrijvingen valt weer tegen: vooral kleuters, voor volgende jaren. Om een tweede leerkracht lager een fulltime te kunnen geven, hadden we nog leerlingen te kort in het lager. De dagen nadien blijkt echter dat er op de Kommaarbinnendag wel mensen overtuigd zijn. De leerkrachten hebben nog een week om zich voor te bereiden op het schooljaar. De ouders doen de opkuis van de feestelijkheden en proberen oplossingen te vinden voor ouders met vervoersproblemen, kinderen met leerproblemen, warme maaltijden, brandladders, een sportzaal, ... Maar we hebben tenminste een naam.

 

En dan wordt het 1 september.

 

Oorsponkelijke versie, Sonja

Licht ingekorte versie, FOPEM.

Bron: De Klapper, december 1998, jrg. 1, nr. 1

 

't Speelscholeke.

 Een verhaal over een school met een eigen visie.

 

Een goede school voor onze kleuter was een gegeven waarrond een groepje ouders in 1980 in actie kwam. Samen kozen ze om een 'alternatieve' school op te richten. Op basis van eigen inzichten, via contacten en zelfstudie, zouden ze samen bepalen hoe de school vorm zou krijgen en wat de pedagogische aanpak zou inhouden. Bij Piaget, vonden ze steun voor hun intuïtieve denkbeelden. Zo kwamen ze aan de zes voorwaarden waaraan 'leren' moet voldoen, om te kunnen spreken van een 'goede school'. Die 6 stellingen verwoorden nog steeds scherp waarvoor zij blijven kiezen en loopt als rode draad doorheen de dagelijkse werking van de school. De eerste vier stellingen zijn stevig geïnspireerd door publicaties over Jean Piaget en zijn denkbeelden.

 

Leren is 'zelf doen', leren is 'eigen antwoorden geven', leren is 'van andere kinderen leren', leren is 'zelfstandig zijn en samenwerken', leren is 'dicht bij je lichaam blijven, je goed in je vel voelen', leren gaat 'over het leven, over samenleven'.

 

De kleuterschool leefde. Kleuters gingen er enthousiast en onderzoekend hun eigen gang. Maar het vooruitzicht van een eerste leerjaar en een lagere school stelde hun voor een nieuwe uitdaging: Hoe zouden we de school meer vorm geven?

 

Contacten met kinderen en begeleiders uit 'De Weide' (een methodeschool in Erpe-Mere) was bij de prille start van de kleuterschool een grote steun geweest. Maar een lagere school opzetten? Het hele veld lag voor hen open. Alle schoolvormen die een consequent vervolg op hun 6 uitgangspunten vormden kwamen in aanmerking. Er werd gelezen. Ouders bezochten andere scholen in België en Nederland. Allerlei reken- en taalmethodes werden kritisch onder de loupe genomen. Uit dit onderzoek groeide een studiedag met de ouders, daar werden de voorstellen met de nodige aandacht bekeken. Men was meer dan enthousiast. Ze zouden binnen de lagere school werken met: kleine klasgroepen, graadsklassen, realistische aanpak van rekenen, thema's door de kinderen aangebracht, een meeting, enzovoort.

 

Ouders hebben zomers en weekends gewerkt aan de verdere uitbreiding van een bouwvallige brouwerij tot een kleurrijke school met een grote tuin. En dit met te weinig geld, een overdaad aan recyclagebalken en benefietavonden.

 

In hun zorg om het leren op school niet oppervlakkig maar levensecht en werkelijkheidsnabij te houden, belandden ze na een tijdje bij de optie van 'de Buurt' (een methodeschool in Gent) om met projecten te werken. Projectwerk sloot immers aan bij hun bekommernissen en gaf nieuwe mogelijkheden. Het onderwerp van een project, zo leerden ze het van hen, moet een probleemkarakter hebben en wordt dan veelzijdiger, onbepaalder, rijker. Dit leek prima aan te sluiten bij hun 'zes uitgangspunten'. Voortaan werd er niet meer met thema's maar met projecten gewerkt.

 bron: Van der Beken, M., van Dinter, F. (1992). Werken aan een andere school. Ervaringsgerichtonderwijs in de praktijk. Antwerpen: Gamma.

De Torteltuin.

Wim Begin de jaren '90 had je in de Westhoek geen school die het leerplan aanbood op een alternatieve manier.

 

Philippe Gryson, die toen les gaf in een katholieke basisschool, wou een Freinetschool oprichten waar er met de ervaringen en belevenissen van kleuters en lagereschoolkinderen gewerkt werd.

 

De kinderen brengen de leerstof aan en de leerkracht begeleidt hen bij het verder exploreren en uitwerken ervan. Samenwerken staat centraal en elk kind krijgt de kans om in zijn eigen ritme te groeien. De ouders worden nauw betrokken bij de werking van de school.

 

Met deze gedachte en onvrede met de traditionele schoolwerking richtte hij samen met Bart Dequidt en Griet Orroi in augustus 1993 een nieuwe vzw op voor de start van de eerste Freinetschool in de Westhoek. In Poperinge kwam het initiatief van geïnteresseerde ouders en leerkrachten. Enkele jaren voor de school werd gestart kwamen zij samen voor een verkennend gesprek rond de Freinetschool. Na een succesvol bezoek met de ouders en leerkrachten aan Freinetschool De Levensboom in Kortrijk, kwam alles in een stroomversnelling. Dit was de eerste concrete stap naar een Freinetschool in de Westhoek.

Om aan voldoende geld te geraken organiseerde de werkgroep een grote fuif, rommelmarkt, eet- en drinkstand Tour De France, op het Folkfestival helpen met de afbraak,.

 

Om een school in Poperinge op te starten had je 37 leerlingen nodig maar op het einde van 1994 hadden ze nog maar 20 inschrijvingen. Er werd een gebouw gevonden en het huurcontract ging lopen vanaf 1 juli 1994. Ook kreeg de school een naam 'de Torteltuin', een bekende plek uit het boek 'Pluk en de Petteflet' van Annie M.G.Schmidt.

 

Op het laatste nippertje kwam het echter niet tot een huurovereenkomst met de eigenaar met als gevolg dat de plannen een jaartje werden uitgesteld. De werkgroep bleef niet bij de pakken zitten maar zag dit als een kans om alles verder uit te bouwen. Het was uitstel maar geen afstel.

 

Op 1 april 1995 hadden ze een nieuw dak boven hun hoofd. Een gebouw met 44 are grond, 2 grote ruimtes, een loods en dicht bij de centrum. Zelfs het zwembad, de markt en de bibliotheek konden te voet bereikt worden. Een ideale ligging dus en de verbouwingen om van het voormalig fitnesscentrum een gezellig schooltje te maken konden beginnen. Ondertussen werden er nieuwe kinderen ingeschreven zodat de school kon starten op 1 september 1995, daarnaast werden er ook nieuwe leerkrachten aangeworven. In september boden ze nog niet het volledige kleuter- en lageronderwijs aan. Eén kleuterklas met 2 juffen en één klas van het eerste t.e.m. het vierde leerjaar met 2 leerkrachten, waaronder Philippe zelf. Met 49 leerlingen, waarvan 27 kleuters, kon de school starten. In de volgende jaren moest de school 60, 81 en 105 leerlingen halen om definitief erkend te worden. Tijdens het derde schooljaar werd het lager uitgebreid tot en met het 6de leerjaar.

 

Ondertussen bestaat de Torteltuin al meer dan twintig jaar en breidt ze nog steeds uit. Philippe is voltijds coördinator en helpt waar er nood is in de klas. Er werd een gebouw gekocht met DIGO-subsidies (toen DIGO, nu AGION), dit werd verbouwd en de kinderen voelen er zich goed!

 Samenvatting krantenartikels '1994-1995'